zondag 30 december 2012

Wit en zwart. Een naschrift


Ook ik behoorde tot de bêtes noires van Zwagerman en de Maximalen in ‘Het juk van het grote Niets’ (1987). Dat is niet iets om onvermeld laten. Maar wat deze ferme Hollandse jongens niet konden zien was hoe ‘wit’ en ‘zwart’ in mijn vroege gedichten naar papier en steenkool verwezen, en dus geen oningevulde religieuze of esthetische leegten vertegenwoordigden, maar een enigszins schaamtevolle spanning tussen het schrijven van gedichten (mijn ‘schone’ werk) en het hondse werk van vader, grootvader en vele anderen in en buiten mijn familie in de Limburgse mijnen. En dat de ‘stilte’ in die gedichten te maken had met ademnood, nood aan woorden dus ook, silicose, verstikking. Maar het was een stilte, waarin het gevecht om lucht pijnlijk hoorbaar was. En die dus geen stilte was of kon zijn. Tot het moment van bevrijding. 
Ik hoop dat mijn boek In en onder het dorp. Mijnwerkersleven in Limburg dat nu zichtbaar kan maken en begrijpelijker dan het misschien was toen deze gedichten voor het eerst verschenen, vanaf het midden van de jaren zeventig, onder titels als: ‘Toen ik mijn hand wegtrok, was zij pikzwart’ en ‘Carbone notata’.

Joost Zwagerman en het grote Niets



Het kan verkeren. Lezers van de Volkskrant en klanten van het ADHD-televisieprogramma DWDD kunnen tegenwoordig met regelmaat eventjes religieus wegzwijmelen met dominee Zwagerman, die over Niets, de Stilte en het Wit en het Zwart mediteert. In de krant van 27 december, tussen Kerstmis en Nieuwjaar, het ‘witst van de tijd’ om het op zijn keesfensiaans te zeggen, was het weer zover.  Het Niets en alles wat daar (niet) bijhoort kwamen weer voorbij in een essaai over de schilder Robert Ryman, die ‘titanenarbeid’ verricht in zijn pogingen tot visualisering van de Stilte. Zwagerman arbeidt mee en stelt zich kwellende vragen als:  ‘Maar is zwart de kleur die het wezen [het wezen! – WK] het overtuigendst weergeeft?’ Een diepe denker, deze uitvaartbegeleider. ‘Zwijgend aanschouwen wij zijn [Ryman’s] adembenemende Sisyphus-kunst.’
Om zich beter te kunnen verstaan met de Stilte gaat Joost Zwagerman, volgens een redactionele mededeling bij het artikel, in januari, de ‘maand van de Spiritualiteit’ op zoek naar rust bij  benedictijner monniken. Kruispunt TV gaat daarvan verslag doen, zo meldt de Volkskrant.
Intussen solliciteert de schrijver van zijn stukken in de Volkskrant, waarin hij beurtelings leest, kijkt en luistert, zichtbaar naar een status als die van wijlen Kees Fens, die hij dan ook van tijd tot tijd citeert, maar die hij vooral tracht te imiteren. Daar levert dit stuk over Ryman, onder de kop ‘Hoe de stilte vorm te geven?’, een opzichtig voorbeeld van.
‘Onberoerde sneeuw – aanschouwelijker kan stilte niet worden,’ femelt Zwagerman.
Het is werkelijk hilarisch dit soort zinnen te lezen van dezelfde man die in 1987 in diezelfde krant een luidruchtig stuk schreef over ‘Het juk van het grote Niets’. Dat was een pleidooi voor ‘maximale’ poëzie en en een afrekening met dichters die in de ogen van Zwagerman en zijn subalternen (onder wie iemand met de omineuze naam Lava) te ‘wit’ en te ‘stil’ waren.
De poëzie moest vol op het orgel.
Maar de tijden veranderen. Geamuseerd aanschouwen wij Zwagermans huidige  adembenemende mode- essayistiek.


dinsdag 4 december 2012


Een aardig gesprek, vond ik zelf, gisteren in Tijd voor MAX (Nederland 2) naar aanleiding van mijn boek In en onder het dorp. Mijnwerkersleven in Limburg. Op die ene merkwaardige vraag na waarmee Martine van Os het gesprek begon: 'Waar is uw Limburgse accent gebleven?' Gelukkig gevolgd door de geruststellende mededeling: 'Wij kunnen u in ieder geval goed verstaan.'
De uitzending is hier te bekijken.

Zaterdag 8 december: signeren bij Boekhandel Leeskunst in Kerkrade.
Kijk  hier