Het was een moelijke tijd voor Toon. De dood van zijn vrouw Rietje, in 1990, zat hem na jaren nog wreed in de botten. Misschien liet zijn baard van die gevoelens naar buiten komen – zoals dat wel vaker het geval is bij mannen die tijdelijk een baard laten staan. Er was hem iets overkomen dat zijn wereld voorgoed had veranderd. Iets waartegenover hij machteloos stond. Hij leefde in een blijvende leegte. Die baard, die hem zo anders maakte, verried daar iets van. Hij kon zijn Rietje niet meer vinden, maar ook zichzelf niet meer wanneer hij in de spiegel keek. Dat laatste wilde hij misschien ook zo. Hij kon niet meer de oude zijn nu hij Rietje niet meer bij zich had. Maar hij deed zijn best.
Bij een volgend bezoek – Toon zat zoals wel vaker op zijn hometrainer onder het afdakje boven de voordeur en fietste zijn kilometers in de leegte toen ik aankwam – was zijn baard verdwenen. Ik heb er niets over gezegd, niets over gevraagd. We spraken weer over zijn werk en over zijn nieuwe gedichten en teksten voor liedjes. Hij vertelde een kostelijk verhaal met het jiddische (?) woord 'unbeschrien' erin. Het ging over een psychiater, de anekdote zelf ben ik vergeten. Unbeschrien betekent zoiets als onopgemerkt.
Mieke zorgde wanneer er bezoek kwam voor de lunch. Op een keer bleek er iets misgegaan in hun gezamenlijke agenda en was zij er niet.Toon toonde zich totaal onthand. Hij zocht in alle kastjes en hoekjes en vond een rol koekjes. We ontleedden het vreemde woord 'mariakaakjes' en dronken daar een glas water bij. Toon maakte een foto van de goede gaven vóór ons op de kale tafel en zei dat het onderschrift moest luiden: 'Twee Limburgers nemen het er eens goed van.'
Wanneer ons gesprek langer leek te gaan duren dan de voor de lunch uitgetrokken tijd, ging hij een uurtje naar bed voor we de draad weer oppakten. Van mij verwachtte hij dan dat ik ook even ging liggen, op een stretcher in een kamertje met boeken. Vreemde momenten waren dat: stilte in huis, en ergens daarboven lag Toon. Toon die de leeftijd had van mijn moeder.
Op een keer was Gé Reinders op bezoek. We bleven langer dan gebruikelijk en keken met Toon naar voetbal op de televisie.
Een van de laatste keren dat ik bij hem was, bleek Mieke opnieuw afwezig. Toon wilde tegen het einde van de middag met me gaan eten in De Hoefslag. Hij reed ons daar in zijn Mercedes naartoe. Een wonderlijke langzame autorit, bijna stapvoets, over de wegen van Bosch en Duin. In het restaurant werd hij met alle egards ontvangen. Men wist ook wat hij wilde: niets dan een voorgerecht, met veel sla eroverheen. Óver zijn eten inderdaad, als een bladerdakje.
Een paar dagen geleden heb ik hier iets verteld over een tekst die ik voor hem had geschreven: het gedicht 'Hoe vaak', over de doodsangst die hij ervoer vlak voor hij het toneel op moest. Ik had, beken ik nu, één keer eerder iets voor hem gemaakt. Maar ook die tekst kon hij niet zingen, zei hij. Het greep hem te zeer aan en misschien was ik in mijn gedicht ook iets te dichtbij gekomen. Dat wil zeggen: te dicht bij zijn verdriet, zijn hevige gevoelens van gemis. Ik had er onmiddellijk spijt van dat ik het hem had willen laten lezen. Toon zat hier niet op te wachten. 'Maar je moet dit wel bewaren,' zei hij.
Het gedicht heet 'Tango'.
Ik speel daarin met de uitdrukking 'it takes two to tango'.
Maar die tweede is er niet meer...
Ik speel daarin met de uitdrukking 'it takes two to tango'.
Maar die tweede is er niet meer...
TANGO
Ik dans een tango, maar ik kan niet dansen
Ik heb mijn benen wel, maar jou heb ik hier niet
Toch dans ik nou, want dat verhoogt mijn kansen,
mijn kans op jou – als jij me bezig ziet
Ik heb mijn benen wel, maar jou heb ik hier niet
Toch dans ik nou, want dat verhoogt mijn kansen,
mijn kans op jou – als jij me bezig ziet
Als jij me bezig ziet, dan doe je vast wel mee
Je springt me bij, want dat heb je toch steeds gedaan?
Geen 'Tearoom tango', liever 'Thee voor twee'
Ik begin alvast, want anders blijf ik staan
Je springt me bij, want dat heb je toch steeds gedaan?
Geen 'Tearoom tango', liever 'Thee voor twee'
Ik begin alvast, want anders blijf ik staan
Als ik blijf staan, dan staat mijn hart ook stil
Mijn hart dat slaat omdat ik van je houd
Mijn hart springt op, omdat het dansen wil
En mijn twee armen hier, dat zijn ook die van jou
Mijn hart dat slaat omdat ik van je houd
Mijn hart springt op, omdat het dansen wil
En mijn twee armen hier, dat zijn ook die van jou
Ik dans de tango en jij danst met mij
We dansten vroeger net zoals vandaag
Zat ik soms klem, dan danste jij mij vrij
Zat ik omhoog, je danste mij omlaag
We dansten vroeger net zoals vandaag
Zat ik soms klem, dan danste jij mij vrij
Zat ik omhoog, je danste mij omlaag
Wij dansen weer precies zoals het was
Ik sta weer met vier benen op de grond
Ik houd ons met mijn armen stevig vast
Ik kus je met mijn ziel en met mijn mond
Ik sta weer met vier benen op de grond
Ik houd ons met mijn armen stevig vast
Ik kus je met mijn ziel en met mijn mond










